Grenzen stellen zonder schuldgevoel

Gepubliceerd op 18 september 2026 om 09:56

Grenzen stellen klinkt misschien eenvoudig, maar voor werkende ouders gaat het vaak niet alleen over plannen of afspraken. Het raakt de wens om er voor iedereen te zijn. De angst om tekort te schieten. Het gevoel dat je een goede ouder, partner én collega moet zijn. En misschien ook de overtuiging dat je pas aan jezelf mag denken wanneer alles en iedereen is voorzien.

Je werkdag zit erop. Tenminste, dat zou je denken. Je sluit je laptop, stapt in de auto en haalt je kinderen op. Onderweg bedenk je wat er vanavond gegeten moet worden. Thuis begint de volgende ronde: tassen uitpakken, eten koken, kinderen helpen, een berichtje van school beantwoorden en ondertussen probeer je nog te onthouden dat je morgen vroeg een afspraak hebt op je werk. En als iemand je dan vraagt of je ook nog even iets kunt regelen, zeg je automatisch: “Ja hoor, komt goed.” Dit is het moment dat je over je eigen grens bent gegaan.

Even terug in de tijd…

We leren al vroeg hoe belangrijk het is om erbij te horen. Als kind ben je afhankelijk van anderen. Van je ouders, je omgeving, de mensen om je heen. Misschien heb je daardoor al jong geleerd om aan te voelen wat anderen nodig hebben. Je hield rekening met de sfeer. Je wilde geen ruzie veroorzaken of je maakte het anderen graag naar hun zin.

Misschien werd je wel gezien als het ‘makkelijke’ kind. Degene die zich goed kon aanpassen. Degene die niet zo snel klaagde. Dat zijn eigenschappen die later heel waardevol kunnen zijn. Maar ze kunnen ook een valkuil worden. Want als je jarenlang hebt geleerd om eerst naar de ander te kijken, kan het behoorlijk ongemakkelijk voelen om ineens te vragen: “Maar wat heb ík eigenlijk nodig?”

Je lichaam merkt het vaak eerder dan jij

Misschien herken je het. Je kind vraagt iets en je voelt irritatie, terwijl je eigenlijk gewoon uitgeput bent. Je krijgt op je werk een nieuw verzoek en nog voordat je hebt nagedacht, zeg je ja. Je partner vraagt hoe het met je gaat en je antwoordt automatisch: “Goed.” Terwijl je lichaam iets heel anders vertelt. Een gespannen nek, een hoge ademhaling, een knoop in je buik, een zwaar gevoel in je borst, geen geduld meer voor kleine dingen. We zijn vaak geneigd om zulke signalen te negeren. Ik ben gewoon moe, het is een drukke periode, volgende week wordt het rustiger. Maar je lichaam geeft signalen. En vanaf nu kan het waardevol zijn om die signalen weer serieus te leren nemen.

Schuldgevoel kan je laten twijfelen aan een gezonde grens

Het moeilijke aan grenzen stellen is dat het soms helemaal niet goed voelt. Je spreekt uit dat je vanavond niet kunt. En vervolgens komt dat schuldgevoel. Had ik niet gewoon nog even door moeten gaan? Dat schuldgevoel kan zo overtuigend zijn dat je bijna gaat geloven dat je iets verkeerd hebt gedaan.

Maar schuldgevoel is niet altijd een bewijs dat je een verkeerde keuze hebt gemaakt. Soms is het juist het gevoel dat ontstaat wanneer je iets doet wat nieuw voor je is. Wanneer je jarenlang gewend bent geweest om jezelf aan te passen, kan voor jezelf kiezen vreemd voelen. Je brein kent de oude route; van altijd maar doorgaan, zorgen en beschikbaar zijn. En nu kies je ineens voor iets anders, en dat kan ongemakkelijk voelen. Maar dat hoort bij het aanleren van een nieuw patroon. 

Een goede ouder hoeft niet altijd beschikbaar te zijn

Misschien is dit wel één van de lastigste dingen om jezelf toe te staan. Je hoeft niet altijd beschikbaar te zijn. Je hoeft niet ieder moment geduldig te zijn. Niet alles hoeft perfect. En je hoeft ook niet op je werk altijd degene te zijn die het nog wel even oppakt.

Het betekent dat je ook rekening gaat houden met jezelf. Want hoe meer je jezelf structureel wegcijfert, hoe moeilijker het uiteindelijk kan worden om vanuit rust aanwezig te zijn. Grenzen stellen gaat daarom niet over minder geven. Het gaat over niet steeds méér geven dan je daadwerkelijk hebt.

Begin met vertragen

Je hoeft niet ineens overal nee op te zeggen. Sterker nog: misschien is dat helemaal niet wat je nodig hebt. Begin eens met niet automatisch antwoorden. Wanneer iemand iets van je vraagt, neem een moment voor jezelf en vraag jezelf af: Wil ik dit? Heb ik hier ruimte voor? Of zeg ik ja omdat ik bang ben iemand teleur te stellen?

Je mag hiervoor de tijd nemen en je kunt bijvoorbeeld zeggen; “Ik kijk even hoe mijn week eruitziet, ik kom hier later op terug, ik moet hier even over nadenken.”  Dat zijn kleine zinnen, maar handig om altijd paraat te hebben als je je grens wilt bewaken. 

En als je dan heb besloten om een grens te stellen, kun je zeggen: “Dat lukt me vandaag niet, ik heb vanavond tijd voor mezelf nodig, ik kan dit deze week niet erbij hebben.” Je hoeft niet voor iedere grens een uitgebreide uitleg te geven.

Grenzen stellen begint met één klein moment vandaag waarop je niet automatisch kiest voor wat iedereen anders nodig heeft. Maar jezelf even afvraagt: “Wat heb ik nu nodig?”